clope
Uiterlijk
- In de betekenis van “sigaren- of sigarettenpeuk”, voor het eerst aangetroffen in 1900, in de later toegevoegde opmerkingen in het manuscript van de bekende Parijse ingenieur en architect Émile Nouguier (1840-1897). [1]
- Herkomst onbekend, waarschijnlijk uit het argot, verg. Frans clopin-clopant “hinkend, als een lamme kruipend”, (verouderd) clopin “hinkend”.
clope v
- (spreektaal) (verouderd) peuk
- (spreektaal) sigaret, saffie
- «T'as pas une clope pour moi?»
- Heb je misschien een saffie voor me? [2]
- «T'as pas une clope pour moi?»
- clop