willoos
Uiterlijk
- wil·loos
stellend | vergrotend | overtreffend | |
---|---|---|---|
onverbogen | willoos | willozer | willoost |
verbogen | willoze | willozere | willooste |
partitief | willoos | willozers | - |
willoos
- zonder willoos
- De junk was een willoos slachtoffer van zijn eigen verslaving.
- Het woord willoos staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "willoos" herkend door:
91 % | van de Nederlanders; |
92 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be