Bettini stond aan de basis van de beslissende ontsnapping. Dat gebeurde in de beklimming van de Ghisallo, op dat moment nog achter een groep vroege vluchters onder wie de Nederlander Bram de Groot. Bettini zette aan op 52 kilometer van de streep en kreeg vier collega's mee: Gilberto Simoni, Fränk Schleck, Giampaolo Caruso en de Spanjaard Carlos Sastre. Bettini was onbetwist de sterkste van het vijftal. In de beklimming van de Civiglio kon alleen Simoni nog aanklampen.