knurft
Uiterlijk
- knurft
- Van knurf, dat hoofdzakelijk in Leiden en omgeving werd gebruikt. Mogelijk verder te herleiden tot Duits Knorpel.[1] In de betekenis van ‘stommeling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1947 [2]
enkelvoud | meervoud | |
---|---|---|
naamwoord | knurft | knurften |
verkleinwoord | knurftje | knurftjes |
de knurft m
- (scheldwoord) dom en/of onhandig iemand, sufferd, sukkel
- Je bent echt een knurft!
- Het woord knurft staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "knurft" herkend door:
82 % | van de Nederlanders; |
37 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ knurft op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "knurft" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Scheldwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 82 %
- Prevalentie Vlaanderen 37 %