karnstoel
Uiterlijk

- karn·stoel
- samenstelling van karn zn en stoel zn
enkelvoud | meervoud | |
---|---|---|
naamwoord | karnstoel | karnstoelen |
verkleinwoord | - | - |
de karnstoel m
- (landbouw) (geschiedenis) onderstel van een bepaald type vat waarin uit melk boter kan worden gemaakt
- ▸ ⧖ Een nadere bepaling van het begrip „karninrichting of karnwerktuig" is in het Crisis-Zuivelbesluit 1940 I (boter) niet aanwezig; het voorhanden hebben van eenige onderdeelen van zulk een inrichting of werktuig valt dan ook alleen onder de verbodsbepaling, indien die onderdeelen te zamen een zoodanige inrichting of werktuig vormen. Dit is niet het geval met de in de bewezenverklaring genoemde onderdeelen van een karntoestel (een karnton en een karnstoel met draaibare deelen).[1]
- Het woord 'karnstoel' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑
Weblink bron
Hoge Raad der Nederlanden“uitspraak ECLI:NL:HR:1942:64”, NJ 1942/581 (13 april 1942) op navigator.nl
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 of 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Landbouw in het Nederlands
- Geschiedenis in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal